Een team is niet sterk door het aantal mensen, maar door de ruimte die ieder krijgt om bij te dragen. Je zou kunnen zeggen: “De juiste groepsgrootte is die waarin iedereen zichtbaar, hoorbaar en verantwoordelijk blijft.”
In deze blog vertelt Jedidja van den Born, teamcoach bij Team in Balans, waarom kleinere teams in de zorg vaak beter presteren. En hoe je met een groot team toch effectief kunt samenwerken.
Het probleem met grote teams
In de zorg zijn teams vaak groot. Vijftien mensen. Twintig soms. Logisch vanuit het rooster: je hebt nu eenmaal veel handen nodig om 24/7 zorg te leveren. Maar de samenwerking wordt complexer. Er ontstaat sneller ruis in de communicatie en het risico dat collega’s passief toekijken of zich onzichtbaar voelen neemt toe..
Tijdens een teamoverleg in de ouderenzorg zei iemand pas: “We zorgen elke dag voor dezelfde bewoners, maar werken met zoveel collega’s dat we elkaar soms nauwelijks spreken.” Het was geen klacht, meer een constatering — en precies dat maakte het zo raak.
Grote teams hebben last van ruis. Meer schakels betekent meer miscommunicatie. Meer overleggen. Meer afstemming waar soms de tijd voor ontbreekt of die niet gebeurt. En het ergste: mensen voelen zich onzichtbaar. Hun unieke bijdrage verdwijnt in de massa.
Waarom kleine teams beter werken
In een klein team van zes tot acht mensen gebeurt iets anders. Je kent elkaar. Niet oppervlakkig, maar echt. Je weet dat Linda altijd gestrest raakt van nachtdiensten. Dat Mark het beste functioneert als hij ’s ochtends begint. Dat Eline de aangewezen persoon is voor lastige familiegesprekken.
Betere communicatie.
Minder mensen betekent minder ruis. Je hoeft niet alles via de mail of de app. Even snel overleggen kan gewoon. Informatie bereikt iedereen zonder dat het drie keer verkeerd wordt doorgegeven.
Meer verbinding.
In een klein team valt het op als iemand een slechte dag heeft. Je ziet het aan elkaar. En je doet er iets mee. Niet omdat het moet, maar omdat je om elkaar geeft.
Sneller schakelen.
Geen eindeloze vergaderingen om tot een besluit te komen. Kort overleg, actie, klaar. In de zorg, waar elke minuut telt, is dat goud waard.
Meer eigenaarschap.
In een groot team kun je wegduiken. In een klein team niet. Je bijdrage is zichtbaar. Dat voelt soms spannend, maar vooral motiverend. Jouw unieke bijdrage en jouw talenten doen ertoe.
Maar wij hebben nu eenmaal een groot team
Ja, dat snap ik. Het rooster vraagt nu eenmaal om een bepaalde bezetting. Maar je kunt wel anders organiseren. De oplossing zit niet in minder mensen, maar in slimmer verdelen. Maak van één groot team meerdere subteams. Niet op papier, maar in de praktijk.
Twee manieren om groot ‘klein’ te maken
1. Vaste subteams
Verdeel je team in vaste groepen van vijf tot zeven mensen. Elke groep heeft een eigen aandachtsgebied waarin ze zelf verantwoordelijkheid hebben over hun eigen werkproces. Ze hebben met regelmaat hun eigen korte overleg.
Niet alles hoeft via jou als teamleider. Laat ze bijvoorbeeld zelf het rooster maken. Zelf problemen oplossen. Zelf beslissingen nemen over hun deel van de zorg.
Dit vraagt lef. En vertrouwen. Maar de winst is groot: mensen die eigenaar zijn van hun werk, zijn gemotiveerder. En jij als teamleider houdt tijd over voor de dingen die er echt toe doen.
2. Vaste koppels
Koppel ervaren medewerkers aan nieuwere collega’s. Niet voor een weekje inwerkperiode, maar structureel. Ze zijn elkaars eerste aanspreekpunt. Ze leren van elkaar. Ze vangen elkaar op. Of denk aan vaste koppels die zich richten op de zorgcoördinatie van een paar bewoners/ cliënten.
Sandra, wijkverpleegkundige, werkt al twee jaar in een vast koppel met een jongere collega. ‘We vullen elkaar aan,’ zegt ze. ‘Zij is sneller met de digitale dingen, ik heb meer ervaring met complexe wondzorg. Samen zijn we sterker dan alleen.’
Wat kun je wel en niet loslaten?
Niet alles hoeft gedecentraliseerd. Sommige dingen blijven centraal: de grote lijnen, de kwaliteitsnormen, de communicatie met management. Maar de dagelijkse gang van zaken? Die kan prima bij de kleine teams liggen.
Vraag jezelf af: welke beslissingen neem ik nu die het team zelf zou kunnen nemen? Vaak is het antwoord: meer dan je denkt.
Begin klein
Je hoeft niet morgen je hele organisatie om te gooien. Begin met één experiment. Maak één subteam. Kijk wat er gebeurt. Leer ervan. Pas aan.
Want de kracht van kleine teams zit niet in een perfect systeem. Het zit in verbinding. In mensen die elkaar kennen. Die voor elkaar zorgen. Die samen verantwoordelijk zijn.
En dat begint met de vraag: Krijgt ieders talent voldoende ruimte om bij te dragen aan effectieve samenwerking en kwalitatief goede zorg?
Meer weten?
Wil je verkennen hoe jij je team slimmer kunt organiseren? Team in Balans begeleidt zorgteams bij het creëren van meer verbinding en eigenaarschap. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

