Stoppen met redden was het beste wat ze ooit deed voor haar team

Stoppen met redden was het beste wat ze ooit deed voor haar team cover

Linda was de teamleider die altijd klaarstond. Conflict tussen twee collega's? Linda loste het op. Roostergat? Linda vulde het zelf in. Bewoner die extra aandacht nodig had? Linda regelde het. Ze was trots op haar betrokkenheid. Tot ze op een dinsdagochtend haar auto parkeerde, naar de ingang keek en dacht: ik kan er niet meer tegen.

In deze blog vertelt Niels IJpma, Management Consultant en Trainer bij Team in Balans, hoe Linda leerde stoppen met redden en wat er met haar team gebeurde toen ze dat deed.

De valkuil van de goede teamleider

Linda's probleem was niet dat ze slecht leiding gaf. Haar probleem was juist dat ze het te goed deed.

Ze was snel, besluitvaardig en betrouwbaar. Haar team wist dat ook. Dus kwamen ze naar haar toe. Voor alles. De kleine dingen, de grote dingen, de dingen die ze eigenlijk prima zelf konden oplossen. Linda wilde het team niet in de steek laten, dus pakte ze het op. Elke keer.

Wat ze niet doorhad: hoe meer ze oploste, hoe minder haar team zelf nadacht. Ze had onbedoeld een team gekweekt dat wachtte tot Linda de oplossing bracht.

Het kantelpunt

Die dinsdagochtend op de parkeerplaats was het kantelpunt. Niet omdat er iets groots was gebeurd, maar omdat er niets groots was gebeurd. Het was gewoon een normale week. Dat was precies het probleem.

'Ik realiseerde me dat ik dit al drie jaar deed,' vertelde Linda me later. 'En dat het nooit minder werd. Integendeel: hoe meer ik oploste, hoe meer er op mij afkwam. Ik was het afvoerputje geworden waar alle problemen in verdwenen.'

Ze stapte die ochtend toch naar binnen. Maar ze had een besluit genomen.

Wat er gebeurde toen ze stopte

Linda besloot iets te veranderen. Niet alles tegelijk, maar één ding. De volgende keer dat iemand met een probleem bij haar aanklopte, zou ze niet meteen een oplossing geven. Ze zou een vraag stellen.

De eerste reacties waren niet bemoedigend. Mark keek haar verbaasd aan toen ze vroeg: 'Wat denk jij dat we het beste kunnen doen?' Hij had een antwoord verwacht, geen wedervraag. Sandra liep een beetje gefrustreerd weg. Fatima zei ronduit: 'Jij bent toch de leidinggevende?'

Linda hield vol. Niet kil of afstandelijk, maar nieuwsgierig. Ze bleef betrokken, alleen anders.

Na twee weken begon er iets te schuiven. Mark kwam niet meer met een probleem, maar met een voorstel. Sandra loste een roosterkwestie zelf op met een collega, zonder Linda erbij te betrekken. Fatima vroeg tijdens het overleg wat de rest ervan vond, in plaats van te wachten tot Linda een oordeel gaf.

'Het voelde als magie,' zei Linda. 'Maar het was helemaal geen magie. Ze konden het al. Ze hadden alleen nooit de ruimte gekregen.'

Van redder naar coach

De stap die Linda zette, heeft een naam: coachend leiderschap. Dat klinkt groter dan het is. Het betekent niet dat je nooit meer ingrijpt. Het betekent dat je je eerste reflex, het oplossen, vervangt door een vraag.

In de praktijk ziet dat er zo uit:

  • Iemand zegt: 'We weten niet hoe we dit moeten aanpakken.' Jij vraagt: 'Wat hebben jullie al geprobeerd?'
  • Iemand zegt: 'Dit werkt niet, kun jij het regelen?' Jij vraagt: 'Wat zou jij doen als ik er niet was?'
  • Iemand zegt: 'Er is een conflict met een collega.' Jij vraagt: 'Wat heb jij al gezegd tegen die collega?'

Het is ongemakkelijk in het begin. Voor jou, omdat je gewend bent snel te schakelen. Voor je team, omdat ze een antwoord verwachtten. Dat ongemak is precies de ruimte waarin groei plaatsvindt.

Wat als het team het niet oppakt?

Dit is de vraag die ik het meest krijg als ik teamleiders begeleid. Want het klinkt mooi, zo'n team dat zelf nadenkt. Maar wat als ze dat niet doen?

Ten eerste: geef het tijd. Een team dat jarenlang gewend is dat de leidinggevende alles oplost, heeft weken nodig om dat patroon te doorbreken. Niet dagen.

Ten tweede: kijk of je zelf consistent bent. De meeste teamleiders die klagen dat hun team geen eigenaarschap pakt, grijpen bij de eerste onzekerheid toch zelf in. Daarmee sturen ze een duidelijk signaal: als je lang genoeg wacht, los ik het op.

Er zijn situaties waarbij je wél direct ingrijpt: acute veiligheidssituaties, escalerende conflicten, beslissingen die echt niet kunnen wachten. Daarbuiten geldt: houd vol.

Drie stappen om morgen te beginnen

1. Kies één categorie die je niet meer direct oplost.

Niet alles tegelijk. Begin met roosterplanning, onderlinge irritaties of praktische afstemming. Stel voortaan eerst een vraag. Houd die lijn een maand vast.

2. Maak het expliciet naar je team.

Vertel dat je iets verandert en waarom. 'Ik merk dat ik te veel voor jullie oplos. Ik wil dat jullie zelf meer ruimte pakken. Dus ik ga vaker vragen stellen in plaats van antwoorden geven.' Zo weet je team wat er gebeurt en voelt het niet als afwijzing.

3. Benoem het als het werkt.

Als een collega iets zelf oplost wat ze vroeger bij jou had neergelegd, benoem dat dan. 'Ik zag dat je dat zelf hebt geregeld. Goed gedaan.' Dat klinkt simpel, maar het versterkt precies het gedrag dat je wilt zien.

Wat Linda nu zegt

Zes maanden later vroeg ik Linda hoe het ging. 'Ik heb minder te doen,' zei ze. 'En het team functioneert beter. Dat gevoel dat ik alles moest bijhouden, is weg.'

Ze zweeg even. 'Het rare is: ik dacht dat ik onmisbaar was. Nu merk ik dat ze me meer nodig hebben dan ooit. Alleen niet meer voor de antwoorden.'

Dat is precies het verschil tussen een redder en een coach.

Meer weten?

Wil je leren hoe je jouw team meer eigenaarschap laat pakken? Team in Balans begeleidt teamleiders in de zorg bij de stap van redder naar coach. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>
Success message!
Warning message!
Error message!