Ze is er altijd. Ze klaagt niet. Als er iemand ziek is, schuift ze zonder gedoe een dienst door. Ze weet precies hoe het met mevrouw Van Doorn gaat en welke bewoners die ochtend wat extra aandacht nodig hebben. Vaak regelt ze dingen voordat iemand anders doorheeft dat er iets geregeld moet worden.
En toch gebeurt het regelmatig dat juist zij niet genoemd wordt wanneer een teamleider iemand bedankt voor de inzet van het team.
In deze blog vertelt Rineke de Wit, teamcoach bij Team in Balans, waarom de stille krachten in je team zo waardevol zijn, waarom ze soms toch vertrekken, en wat je als leidinggevende vandaag al kunt doen.
Wie is ze?
In de teamworkshops die ik geef aan zorgteams in de verpleeghuiszorg hoor en zie ik dit vaak. De mensen die het team stilletjes draaiend houden, vallen het minst op. Terwijl ze vaak precies degene zijn waar een afdeling op leunt.
Je herkent haar waarschijnlijk meteen. Ze blijft na de overdracht nog even zitten om te kijken of de bezetting voor morgen klopt. Ze neemt een nieuwe collega een paar keer mee zodat die rustig kan wennen. Als een familiegesprek spannend wordt, schuift ze gewoon even aan.
Niet omdat het moet, maar omdat ze voelt dat het nodig is.
Ze staat meestal niet vooraan bij projecten of werkgroepen. Niet omdat ze niets kan, maar omdat haar aandacht ergens anders is: bij bewoners, bij collega’s, bij het werk dat gedaan moet worden.
Energie uit zorg voor anderen
Als je kijkt naar wat iemand van binnen drijft, zie je bij dit soort mensen vaak hetzelfde patroon. Ze halen energie uit zorgen voor anderen. Ze hoeven niet per se op de voorgrond te staan. Maar ze voelen zich wel verantwoordelijk voor hoe het op de afdeling loopt. Dus als er iets moet gebeuren, doen ze het gewoon.
In TMA-termen herken je haar vaak aan een hoge behoefte op de drijfveer hulpverlening, gecombineerd met een lage behoefte op dominantie. Concreet: ze is van nature gericht op anderen, maar heeft weinig behoefte aan de schijnwerpers.
Waarom ze zo waardevol is
Een verpleeghuis draait op roosters, protocollen en bezetting, maar eerlijk gezegd draait het minstens zo veel op hoe mensen met elkaar omgaan. Op iemand die even ziet dat een collega erdoorheen zit. Op iemand die een nieuwe medewerker rustig meeneemt in hoe het hier werkt. Op iemand die een gespannen moment op de afdeling net iets zachter maakt.
Een teamleider zei het eens zo: ‘Toen Fatima vertrok dacht ik: dat vangen we wel op. Pas later merkte ik hoeveel kleine dingen zij deed. Nieuwe mensen wegwijs maken, familie even opvangen, collega’s helpen als het druk werd. Dat stond nergens op papier, maar iedereen rekende er wel op.’
Dat soort mensen zorgen voor rust. Voor overzicht. En vaak ook voor een betere sfeer op de afdeling. Je merkt het meestal pas als ze er niet meer zijn.
Waarom ze soms toch vertrekken
De meeste stille krachten klagen niet snel. Ze doen hun werk, denken mee en houden het team draaiend. Maar als dat lange tijd vanzelfsprekend wordt, kan er langzaam iets verschuiven.
Niet omdat het werk ineens te zwaar is. Maar omdat iemand zich op een gegeven moment afvraagt of het eigenlijk wel gezien wordt.
In ontwikkelgesprekken gaat het vaak over mensen die ergens naartoe willen groeien of ergens tegenaan lopen. Logisch ook. Alleen: mensen die weinig aandacht vragen, komen daardoor soms minder snel in beeld.
En soms merk je pas hoeveel iemand betekende wanneer diegene vertrekt.
Wat jij als leidinggevende vandaag al kunt doen
Kleine dingen maken vaak het meeste verschil. Niet grote veranderplannen, maar gewoon aandacht voor wat er al gebeurt.
Bijvoorbeeld door iets concreets te benoemen dat je hebt gezien. Niet alleen: ‘Goed gewerkt vandaag.’ Maar: ‘Ik zag hoe je vanmorgen even bij die nieuwe collega bleef toen het druk werd op de afdeling. Dat hielp haar echt.’ Zo’n opmerking laat zien dat je oplet.
Of door af en toe gewoon even te vragen hoe het met iemand zelf gaat. Veel zorgmedewerkers zijn gewend vooral naar anderen te kijken. Dan helpt het als een leidinggevende soms even omdraait en vraagt: ‘En hoe gaat het met jou de laatste tijd op het werk?’
En soms zit het verschil in iets heel praktisch. Iemand die goed is met nieuwe collega’s bewust vragen om een rol te spelen bij het inwerken. Of iemand die gevoel heeft voor de sfeer op de afdeling betrekken bij teammomenten. Dat hoeft geen grote functietitel te zijn. Maar het laat wel zien dat je ziet waar iemand goed in is.
Hoe inzicht in drijfveren helpt
In teamontwikkeling werken we vaak met manieren om beter te begrijpen wat mensen van nature meebrengen, zoals de TMA-analyse. De één krijgt energie van organiseren en sturen. De ander van ondersteunen, verbinden en het team bij elkaar houden.
Als je dat eenmaal ziet, kijk je anders naar gedrag. Je begrijpt beter waarom de één graag het woord neemt in een overleg en een ander juist degene is die ervoor zorgt dat iedereen aangehaakt blijft.
En soms helpt het om daar wat creatiever naar te kijken. Niet alleen: wie doet welke taak, maar ook: wie brengt rust, wie verbindt mensen, wie voelt aan wanneer een team even ademruimte nodig heeft. In veel teams zit daar meer talent dan je op het eerste gezicht denkt.
Ik vraag teamleiders wel eens: als deze collega morgen een week weg zou zijn, wat zou je dan als eerste missen op de afdeling?
Dat antwoord zegt vaak genoeg.
Meer weten?
Wil je de verborgen talenten in je team beter leren zien en benutten? Met de TMA-analyse brengt Team in Balans de drijfveren van je teamleden in kaart. Zo weet je wie je team echt bij elkaar houdt, en hoe je die persoon kunt ondersteunen. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

