5 dingen die je niet ziet in het verzuimcijfer

5 dingen die je niet ziet in het verzuimcijfer cover

Verzuim wordt vaak zichtbaar als één getal in een overzicht, met een pijltje omhoog of omlaag. Je bespreekt het, je maakt je er zorgen over en toch verandert er weinig. Zo'n percentage vertelt je dát er iets speelt, niet wát. Niet iedere ziekmelding heeft trouwens met het werk te maken. Toch speelt werk wel degelijk een rol: uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO blijkt dat in 2025 ongeveer 28% van de verzuimende werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg aangaf dat hun laatste verzuim geheel of gedeeltelijk met het werk samenhing.

In deze blog deelt Rineke de Wit, teamcoach en TMA-professional bij Team in Balans, vijf onderwerpen die ze in gesprekken met zorgteams regelmatig hoort en die je in een verzuimpercentage niet terugziet. Het zijn signalen die aandacht verdienen, juist voordat spanning, werkdruk of gedoe zich verder opstapelen.

Verzuim is een uitkomst, geen oorzaak

Een verzuimpercentage is als de temperatuur bij koorts. Het zegt dat er iets mis is, maar niet waar de infectie zit. Toch sturen we er vaak op: het moet omlaag, en snel. Dan bestrijd je symptomen en blijft de oorzaak bestaan.

Het echte werk zit een laag dieper, in wat er op de vloer gebeurt lang voordat iemand zich ziek meldt. Mijn werk als teamcoach zit vooral bij dat deel: waar je binnen het werk en de samenwerking invloed op hebt. Vijf dingen kom ik daar telkens tegen.

1. Het rooster dat oneerlijk voelt

Op papier kan een rooster prima kloppen en tegelijk als oneerlijk voelen. Steeds dezelfde mensen in het weekend. Steeds diezelfde persoon die inspringt. Verlof dat voor de een wel lukt en voor de ander niet.

In gesprekken met zorgteams hoor ik dit regelmatig terug: frustratie over roosters, over de verdeling van diensten en over steeds dezelfde mensen die bijspringen. Voor mij is dat geen bewezen verklaring voor een ziekmelding, maar wel relevante informatie over hoe mensen hun werk ervaren. Als dat gevoel blijft bestaan en niet besproken wordt, geeft het behoorlijk wat irritatie en spanning.

Wat je kunt doen: maak de verdeling zichtbaar en bespreek niet alleen óf mensen hem eerlijk vinden, maar ook waarom. Eerlijk betekent namelijk niet voor iedereen hetzelfde. Juist dat gesprek kan veel duidelijk maken.

2. Zorgen die niemand oppakt

Iemand trekt al weken aan de bel over een cliënt, een werkwijze, een collega. Er wordt geluisterd, geknikt en daarna gebeurt er niets. Na een paar keer houdt diegene op met melden.

Als iemand ophoudt met melden, is dat geen teken dat het goed zit. Diegene zou zomaar de hoop kunnen hebben opgegeven dat het nog iets uithaalt. Zich structureel niet gehoord of gesteund voelen kan invloed hebben op hoe iemand het werk ervaart. Sociale steun van de leidinggevende is bovendien een bekende factor binnen de psychosociale arbeidsbelasting.

Wat je kunt doen: kom terug op wat mensen aankaarten, ook als je het niet kunt oplossen. ‘Ik heb er niets mee kunnen doen en dit is waarom’ is beter dan stilte.

3. Een conflict dat blijft etteren

Twee collega’s die niet door één deur kunnen. Oud zeer dat nooit is uitgesproken. Soms zie ik dat zo’n conflict tussen twee mensen ook invloed krijgt op de rest van het team. Collega’s gaan eromheen bewegen, vermijden bepaalde gesprekken of voelen dat ze partij moeten kiezen.

Dit soort dingen lossen zich niet vanzelf op. Ze raken op de achtergrond en komen terug als spanning, als gedoe rond het rooster en uiteindelijk als iemand die het niet meer trekt. Uit onderzoek van CBS en TNO weten we ook dat ruzie, conflict en grensoverschrijdend gedrag worden genoemd als redenen voor werkgerelateerd verzuim.

Wat je kunt doen: benoem wat je ziet, ook als het ongemakkelijk is. Niet elk verschil hoef je op te blazen, maar als spanning terugkeert en de samenwerking begint te beïnvloeden, is het belangrijk om te onderzoeken wat er speelt. Een kort gesprek nu is minder zwaar dan een uitval later.

4. De rek die eruit is

Er is een verschil tussen druk en overbelast. Druk hoort erbij en trekt weer bij. Overbelasting is als de rek er structureel uit is, als iemand ook op een rustige dag niet meer bijkomt.

Die fase zie je niet terug in de cijfers, want deze mensen komen juist trouw opdagen. Tot hun lijf de knoop doorhakt die zij zelf niet durfden door te hakken.

Wat je kunt doen: let op wie nooit klaagt en altijd doorgaat. Vraag hoe het echt gaat en neem een deel van de last weg voordat het lijf dat doet.

5. Werk zonder zin

Mensen houden lang vol als ze weten waarvoor ze het doen. Het wordt lastiger als het werk alleen nog maar afvinken is. Als de waardering uitblijft, als niemand ziet wat je bijdraagt, als je dag bestaat uit rennen zonder betekenis.

Dan raakt de motivatie op, nog voordat het lijf dat doet. Een mens zonder motivatie wordt vatbaarder, ook voor echte klachten.

Wat je kunt doen: maak het werk weer zichtbaar. Benoem wat goed ging en waarom het ertoe deed. Een cliënt die opknapte, een familie die gerustgesteld werd. Betekenis is een van de sterkste buffers tegen uitval.

Kijk achter het cijfer

Het verzuimpercentage blijft nuttig, als startpunt van een gesprek en niet als eindpunt. Hoe hoog het is, zegt minder dan wat eronder zit.

Pak er deze maand één van deze vijf uit, in plaats van te sturen op het getal zelf. Grote kans dat je verzuim daar meer mee terugdringt dan met welke maatregel op het percentage ook.

Welk van deze vijf speelt op dit moment in jouw team, zonder dat je het terugziet in de cijfers?

Meer weten?

Wil je verzuim aanpakken bij de oorzaak in plaats van bij het percentage? Team in Balans helpt zorgteams om te zien wat er onder de oppervlakte speelt en er iets aan te doen voordat mensen uitvallen. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Bronnen: CBS en TNO, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025; RIVM, psychosociale arbeidsbelasting.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>
Success message!
Warning message!
Error message!