Je hebt een team vol verschil. Een ervaren kracht van bijna dertig jaar, een zij-instromer die uit een heel andere wereld komt, een jonge collega die alles het liefst digitaal doet, en iemand die alles graag bij het oude houdt. Op papier een rijk team. In de praktijk botst het de laatste tijd. De irritaties worden hoorbaar, de groepjes zichtbaar. Je vraagt je af: is dit verschil nog onze kracht, of begint het ons te kosten?
In deze blog vertelt Maybelline Molensky, coach en teamcoach bij Team in Balans, wanneer verschil een team sterker maakt, wanneer het gaat schuren, en wat jij als leidinggevende op dat moment kunt doen.
Verschil kan je ook energie kosten
We zeggen graag dat verschil een team rijker maakt. Vaak klopt dat ook. Eerder schreef ik over hoe verschil je team juist sterker maakt; deze keer kijk ik naar de andere kant, want niemand vertelt erbij dat verschil je net zo goed energie kan kosten. Twee mensen die heel anders werken, kunnen elkaar prachtig aanvullen. Ze kunnen elkaar ook compleet gek maken. Het verschil zit niet in de mensen, maar in hoe je ermee omgaat.
Wanneer verschil oplevert
Verschil werkt zolang het ergens samenkomt. Een gedeeld doel, duidelijke afspraken, en genoeg veiligheid om het oneens te zijn. Dan vullen mensen elkaar aan zonder dat ze hetzelfde hoeven te zijn.
Denk aan een lastig familiegesprek. De directe collega zegt waar het op staat, de zorgvuldige collega voelt de stemming aan en houdt de relatie heel. Samen voeren ze een beter gesprek dan ieder apart. Het verschil zit dan in het werk, niet tussen de personen. Dat is verschil dat oplevert.
Wanneer het gaat schuren
Het kantelt op het moment dat verschil niet meer over het werk gaat, maar over de persoon. De ervaren kracht die vindt dat ‘die nieuwe’ er niets van bakt. De zij-instromer die denkt dat ‘ze hier vastzitten in hoe het altijd ging’. Voor je het weet zijn er groepjes: de vaste krachten tegenover de flexkrachten, de jonge garde tegenover de oude.
Vaak is het niet het verschil zelf dat schuurt, maar het zwijgen eromheen. Niemand maakt ruzie. Iedereen trekt zich een beetje terug. Mensen praten over elkaar in plaats van met elkaar, en onder die irritatie zit vaak een andere behoefte, geen onwil. Zo gaat het ondergronds, en daar wordt het alleen maar groter.
Gezonde wrijving of echte schade
Niet elke botsing is een probleem. Gezonde wrijving hoort erbij: mensen zijn het oneens, zeggen dat, en werken daarna gewoon verder. Het gaat over de inhoud, niet over de persoon.
Je hoeft dan ook niet op elke irritatie te springen. Sommige verschillen los je niet op, daar maak je alleen afspraken over hoe je samenwerkt. Een deel van de wrijving zakt vanzelf weg zodra mensen elkaar beter leren kennen. Ingrijpen hoeft pas als het de samenwerking echt raakt.
Het wordt schadelijk als mensen elkaar gaan mijden. Als de toon kil wordt. Als iemand niet meer om hulp vraagt bij een collega uit het ‘andere kamp’, ook al is dat de beste persoon voor die taak. Dan kost het verschil je team echt iets: in sfeer, in samenwerking, en uiteindelijk in de zorg.
Een simpele check: gaat het gesprek nog over hoe jullie het werk doen, of gaat het over wie er deugt? Het eerste is werkbaar. Het tweede vraagt om ingrijpen.
Wat jij kunt doen als het schuurt
Je hoeft de verschillen niet weg te poetsen. Je hoeft mensen ook niet hetzelfde te maken. Wel help je ze om die verschillende voorkeuren te laten werken.
Benoem wat je ziet. Niet met een oordeel, wel helder. ‘Ik merk dat we de laatste tijd in groepjes uit elkaar vallen. Zullen we daar even bij stilstaan?’
Breng het terug naar het doel. Waar jullie het ook over oneens zijn, jullie willen allemaal goede zorg voor dezelfde bewoners. Begin met de vraag: wat hebben onze bewoners van ons nodig, los van hoe wij het onderling doen? Dat gedeelde doel is het anker.
Maak het verschil bespreekbaar als verschil. Niet als goed of fout, wel als een andere manier van werken. Vraag: ‘Wat heb jij nodig om goed te kunnen werken, en wat denk je dat de ander nodig heeft?’
Neem een team waarin de vaste krachten al jaren samenwerken en er in korte tijd twee zij-instromers bij komen. De nieuwe collega’s stellen veel vragen en willen weten waarom dingen gaan zoals ze gaan. De vaste krachten horen daarin vooral kritiek op hun manier van werken. Niemand zegt er iets van, en binnen een paar weken lunchen de twee groepen apart.
Wie hier iets aan wil doen, begint niet bij de irritatie maar bij het werk. Vraag beide groepen wat ze nodig hebben om hun dienst goed te draaien. Dan blijkt vaak dat de een om uitleg vraagt en de ander om erkenning voor wat er al staat. Dat zijn twee verschillende behoeften, geen ruzie. Zodra dat op tafel ligt, gaat het gesprek weer over het werk.
Achter het verschil
Onder gedrag zit vaak een behoefte, zoals je merkt zodra het gaat schuren. De een wil zekerheid en weten waar hij aan toe is. De ander heeft ruimte nodig en raakt juist klem van te veel regels. Geen van beide is fout, ze zijn alleen anders. Met TMA maken we zichtbaar wat mensen van nature meebrengen. Snap je die behoefte, dan snap je waarom iemand reageert zoals hij doet. Dan kun je het verschil overbruggen in plaats van het te laten groeien.
Begin klein
Kies deze week één situatie waarin collega’s elkaar niet begrijpen. Voer daar één gesprek over voordat het groter wordt. Benoem het verschil hardop, zonder partij te kiezen, en vraag wat ieder nodig heeft.
Welke twee mensen in jouw team verschillen zo sterk dat het schuurt, terwijl ze elkaar juist het beste zouden kunnen aanvullen?
Meer weten?
Wil je dat de verschillen in je team gaan werken in plaats van schuren? Team in Balans helpt zorgteams om verschil bespreekbaar te maken en er kracht van te maken. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

